ECLI:NL:RBDHA:2021:3944
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening ter voorkoming van scheiding gezin bij Dublin-overdracht
Verzoeker en zijn partner zijn in 2016 uit Irak vertrokken en hebben asiel aangevraagd in verschillende EU-lidstaten. De partner en hun dochter kregen een status in Griekenland, terwijl de asielaanvraag van verzoeker werd afgewezen en niet in behandeling genomen vanwege een claimakkoord met Duitsland. De procedures van verzoeker en zijn gezin liepen daardoor gescheiden, wat leidde tot een patstelling.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van het jonge kind centraal staat en dat scheiding van het gezin moet worden voorkomen. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het belang van het kind bij de beslissing om geen gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag van verzoeker in Nederland te behandelen.
De rechter wijst erop dat de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet verhinderen dat verweerder het belang van het kind meeweegt. De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het besluit geschorst en de overdracht aan Duitsland verboden totdat op het beroep is beslist, waarbij de behandeling wordt aangehouden tot duidelijkheid over de procedure van partner en kind. Tevens worden proceskosten toegewezen aan verzoeker.
Uitkomst: Het besluit om verzoeker over te dragen aan Duitsland wordt geschorst en overdracht verboden tot op het beroep is beslist.