ECLI:NL:RBDHA:2021:3953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onvoldoende aannemelijkheid ontoegankelijkheid noodzakelijke hiv-behandeling in Georgië
Eiser, een Georgische nationaliteit dragende hiv-patiënt en homoseksueel, betoogde dat hij vanwege discriminatie en ontoegankelijkheid van medische zorg in Georgië niet terug kon keren. Hij verwees daarbij naar diverse rapporten over discriminatie van lhbtq-personen en hiv-patiënten in Georgië.
Verweerder stelde dat de noodzakelijke behandeling medisch-technisch beschikbaar en feitelijk toegankelijk is, en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit voor hem persoonlijk anders is. De rechtbank toetste dit aan de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, die het motiveringsgebrek in het eerdere besluit had vastgesteld, maar ook oordeelde dat de medische zorg in Georgië beschikbaar is.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat de noodzakelijke behandeling voor zijn hiv-infectie feitelijk niet toegankelijk is. Ook de recente informatie die eiser in beroep had ingebracht, was onvoldoende specifiek en overtuigend om het standpunt te wijzigen. De rechtbank verwierp het beroep en verklaarde het ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de noodzakelijke hiv-behandeling in Georgië niet toegankelijk is.