ECLI:NL:RBDHA:2021:3983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toevoeging rechtsbijstand bij hoger beroep lichte overtreding
Eiser verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand bij hoger beroep tegen een verstekvonnis waarin hij een geldboete van €140,- kreeg opgelegd voor een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2013. De Raad voor Rechtsbijstand wees de aanvraag af omdat de kosten niet in verhouding stonden tot het belang van de zaak.
Eiser stelde dat het verleende verlof voor hoger beroep door de voorzitter van het Gerechtshof het belang van de zaak aantoont en dat weigering van toevoeging in strijd is met internationale verdragen zoals het IVBPR en EVRM. De rechtbank oordeelde dat het verlofstelsel en het verleende verlof niet automatisch betekenen dat eiser niet in staat is zichzelf adequaat te verdedigen en dat het financieel belang van €140,- onder de drempel van €500,- ligt.
De rechtbank vond dat verweerder terecht geen uitzonderingssituatie aannam en dat eiser onvoldoende zwaarwegende persoonlijke omstandigheden of belangen aannemelijk maakte die een toevoeging rechtvaardigen. Ook het beroep op het beleid inzake een veelheid van zaken en het risico op een ISD-maatregel werden niet als zwaarwegend erkend.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toevoeging rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.