ECLI:NL:RBDHA:2021:4043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing rechtsbijstandstoevoeging wegens onvoldoende financieel belang bij hoger beroep strafzaak
Eiser vroeg een rechtsbijstandstoevoeging aan voor hoger beroep tegen een strafrechtelijke geldboete van €450,- opgelegd voor een overtreding van de Leerplichtwet. De Raad voor Rechtsbijstand wees de toevoeging af vanwege onvoldoende financieel belang, omdat het belang lager was dan de grens van €500,- en de kosten van rechtsbijstand niet meetelden.
Eiser voerde aan dat het hoger beroep geen eenvoudige zaak was en dat het verlofstelsel van toepassing was, waardoor een toevoeging gerechtvaardigd was. Ook stelde hij dat het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand niet bevoegd was het besluit te nemen en dat het financieel belang groter was vanwege mogelijke hogere boetes en kosten van rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat het besluit wel bevoegd was genomen en dat het financieel belang beperkt bleef tot de aangevochten boete van €450,-. Kosten van rechtsbijstand en mogelijke hogere boetes in hoger beroep werden niet meegerekend. Het verlofstelsel en het oordeel van de voorzitter van het gerechtshof rechtvaardigen geen onvoorwaardelijk recht op toevoeging. Er waren geen zwaarwegende persoonlijke omstandigheden of belangen die een toevoeging rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook op het ontbreken van een proceskostenveroordeling en verwierp verwijzingen naar internationale verdragen als niet relevant voor deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de rechtsbijstandstoevoeging wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende financieel belang.