ECLI:NL:RBDHA:2021:3988
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag wegens wangedrag bij defensie
Verzoeker, een militair werkzaam bij de luchtmacht in de rang van sergeant majoor, is door de minister van Defensie ontslagen wegens wangedrag. Dit ontslag is gebaseerd op veroordelingen door de meervoudige militaire kamer wegens bedreiging en belaging van zijn ex-partner, en het voortzetten van onacceptabel gedrag ondanks opgelegde voorwaarden.
Verzoeker betoogt dat zijn medische situatie onvoldoende is meegewogen, dat hij onterecht niet is gere-integreerd en dat het ontslag op onjuiste gronden is genomen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het gedrag van verzoeker terecht als wangedrag is aangemerkt en dat het ontslag niet onevenredig is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De rechtbank benadrukt dat het ontbreken van mishandeling niet afdoet aan de ernst van bedreiging en belaging, die niet passen bij een militair. Tevens is vastgesteld dat verzoeker bewust niet heeft meegewerkt aan opgelegde voorwaarden, en dat zijn medische situatie onvoldoende onderbouwd is om het wangedrag niet toerekenbaar te achten.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D. Biever en griffier A. Badermann op 21 april 2021. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens wangedrag wordt afgewezen.