ECLI:NL:RVS:2017:2292
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake aanvullende uitkering vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De vreemdeling, op wie artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is en die niet naar Afghanistan mag worden uitgezet wegens risico op onmenselijke behandeling, verzocht om een aanvullende uitkering ter compensatie van gemiste gezinsinkomsten. De staatssecretaris stuurde het verzoek door naar de gemeente Den Haag en verklaarde het bezwaar van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de minister bevoegd was om op het bezwaar te beslissen, omdat de staatssecretaris ondergeschikt is aan de minister conform artikel 46, tweede lid, van de Grondwet. Verder werd geoordeeld dat de brief van de staatssecretaris van 5 april 2016 een feitelijke handeling was, maar dat de bevoegdheid tot beoordeling van het verzoek bij de gemeente lag.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd het besluit van 3 februari 2017 van de staatssecretaris vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.