ECLI:NL:RBDHA:2021:4050

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2021
Publicatiedatum
22 april 2021
Zaaknummer
NL21.2860
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling proceskosten wegens niet tijdig beslissen op vreemdelingenaanvraag

Eiser heeft op 22 oktober 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn aanvraag van 30 november 2018. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en beval verweerder uiterlijk 13 februari 2020 een beslissing te nemen. Nadat verweerder hieraan geen gevolg gaf, stelde eiser op 25 februari 2021 een tweede beroep in. Verweerder besloot alsnog op 9 april 2021 op de aanvraag. Eiser trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat verweerder aan eiser was tegemoetgekomen zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb en dat het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was. De proceskosten werden vastgesteld op €267,- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, rekening houdend met de lichte aard van de zaak.

De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van deze kosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A.E. Dutrieux en griffier D.M. Biermann, en is openbaar bekendgemaakt op 21 april 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €267,- wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.2860

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Op 22 oktober 2019 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn opvolgende aanvraag van 30 november 2018.
In de uitspraak van 19 december 2019 van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem (NL19.25293), is het beroep wegens het niet tijdig beslissen gegrond verklaard en is verweerder opgedragen om uiterlijk op 13 februari 2020 een beslissing te nemen.
Eiser heeft vervolgens, nadat verweerder heeft nagelaten gevolg te geven aan deze uitspraak, op 25 februari 2021 een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn aanvraag.
Bij besluit van 9 april 2021 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist.
Eiser heeft vervolgens het beroep ingetrokken en heeft daarbij verzocht verweerder te
veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Op verzoek van de rechtbank om een reactie hierop, heeft verweerder meegedeeld bereid te
zijn de proceskosten te vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro die
wet.
3. Verweerder is aan eiser tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. Aan eiser is ter zake van het beroep door een derde beroepsmatig rechtsbijstand verleend, bestaande uit het indienen van een beroepschrift.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank ziet aanleiding
verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het
beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit
proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per
punt van € 534,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank acht het gewicht van deze zaak
licht omdat het geding uitsluitend ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van 267,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Dutrieux, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Biermann, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.