ECLI:NL:RBDHA:2021:4387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 21 juni 2019. Na een eerdere uitspraak waarbij de staatssecretaris was opgedragen binnen een termijn te beslissen en een dwangsom werd opgelegd, bleef het besluit uit. Eiser stelde daarop een opvolgend beroep in.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de beslistermijn heeft overschreden en dat de maximale dwangsom uit de eerdere uitspraak inmiddels is bereikt. Verweerder heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een andere termijn rechtvaardigen. De rechtbank verklaart het beroep dan ook kennelijk gegrond.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een nieuwe dwangsom van € 200,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-. Tevens worden de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 267,- toegewezen vanwege de behandeling van het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twee weken te beslissen onder oplegging van een dwangsom.