Eiser kreeg een boete opgelegd wegens het niet tijdig voldoen aan zijn inburgeringsplicht en moest een lening terugbetalen aan DUO. Na bezwaar werd de boete verlaagd van €750 naar €300, maar de terugbetalingsplicht bleef gehandhaafd. Eiser voerde medische redenen aan voor zijn niet-tijdige inburgering, ondersteund door een brief van de POH-GGZ en een verklaring van een talencentrum.
De rechtbank overwoog dat verweerder meerdere medische adviezen van Argonaut had ingewonnen, waarin werd geconcludeerd dat eiser niet gedurende drie aaneengesloten maanden niet in staat was onderwijs te volgen. De rechtbank vond dat verweerder deze adviezen terecht had gevolgd, aangezien eiser geen tegenrapport had overgelegd. Ook het beleid omtrent de hoogte van de boete werd als redelijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser verwijtbaar te laat was ingeburgerd en dat de boete terecht was vastgesteld op €300. De terugbetalingsplicht van de lening bleef eveneens in stand, omdat eiser niet binnen de termijn was geslaagd, noch was vrijgesteld of ontheven van de plicht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.