ECLI:NL:RVS:2020:1606
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht ondanks verlengingen en medische omstandigheden
Appellante kreeg een boete opgelegd wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht, ondanks meerdere verlengingen van de inburgeringstermijn vanwege zwangerschap en andere omstandigheden. De minister matigde de boete van €1.250 naar €1.000 omdat appellante vrijstelling had voor het spreken-examen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellante onvoldoende medische onderbouwing leverde om haar verwijtbaarheid te verminderen. De minister hanteert een beleidsregel waarbij matiging van de boete alleen mogelijk is bij minimaal 150 lesuren gevolgd bij een instelling met het Blik op Werk keurmerk; appellante volgde 123 lesuren bij zo’n instelling en overige lessen elders, wat niet meetelt voor matiging.
De Raad van State oordeelt dat het beleid niet onredelijk is en dat de boete proportioneel is vastgesteld. Het feit dat appellante binnen een half jaar na afloop van de termijn alsnog aan de plicht voldeed, doet niet af aan de ernst en verwijtbaarheid van de overtreding. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €1.000 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht.