ECLI:NL:RBDHA:2021:4467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onjuiste geboortedatum in BRP
Eiser, met de Somalische nationaliteit en een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verzocht om naturalisatie. Verweerder wees dit verzoek af omdat de in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) opgenomen geboortedatum van eiser duidelijk onjuist bleek en er twijfel bestond over zijn identiteit. Eiser was vrijgesteld van het overleggen van een geboorteakte en paspoort, maar moest zijn identiteit onder ede verklaren bij de gemeente, wat leidde tot een geboortedatum die sterk afweek van zijn werkelijke geboortedatum.
Eiser stelde dat verweerder zijn dossier onredelijk had beoordeeld en dat er sprake was van een onzorgvuldige gang van zaken, en beriep zich op artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om alsnog naturalisatie te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat het verschil van minimaal 19 jaar tussen de opgegeven geboortedatum en de werkelijke geboortedatum te groot was om te negeren en dat verweerder terecht twijfelde aan de identiteit van eiser.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in 2009 niet begreep wat de verklaring onder ede inhield. De rechtbank wees ook het beroep af omdat eiser onvoldoende concreet had onderbouwd waarom het bestreden besluit onjuist zou zijn. De rechtbank benadrukte dat het aan de gemeente is om te beoordelen of de geboortedatum in de BRP kan worden gecorrigeerd en dat eiser deze correctie nog niet had aangevraagd.
Ten slotte verwierp de rechtbank de stelling van eiser dat hij niet naar Kenia kon reizen om zijn kinderen te zien, aangezien hij beschikte over een geldig reisdocument. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege twijfel over de geboortedatum en onvoldoende onderbouwing voor correctie.