ECLI:NL:RVS:2014:319
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoeken wegens ontbreken bewijs van nationaliteit en identiteit
Appellanten hebben bij besluiten van 24 november 2011 verzocht om het Nederlanderschap, maar deze verzoeken zijn afgewezen omdat hun nationaliteit en identiteit niet konden worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde hun beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft het ontbreken van gelegaliseerde geboorteaktes en geldige buitenlandse reisdocumenten, die volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap en de bijbehorende Handleiding verplicht zijn voor naturalisatie. Appellanten voerden aan dat sprake was van bewijsnood vanwege politieke omstandigheden in Armenië en medische redenen die hen belemmerden om de benodigde documenten te verkrijgen.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de hoorplicht niet heeft geschonden en dat appellanten onvoldoende hebben aangetoond dat zij niet in staat waren de vereiste documenten te verkrijgen. Ook het beroep op deregistratie vanwege Koerdische afkomst werd niet onderbouwd. De medische stukken betroffen slechts één appellant en konden niet verhinderen dat de andere appellant de benodigde inspanningen zou verrichten.
De Raad van State bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de naturalisatieverzoeken bevestigd.