ECLI:NL:RBDHA:2021:4706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging nationaliteit in BRP en onduidelijkheid over optieverklaring
Eiseres, in Nederland geboren en woonachtig, verzocht om wijziging van haar nationaliteit in de Basisregistratie Personen (BRP) van 'onbekend' naar 'staatloos' om de formele weg naar Nederlanderschap via optie te vergemakkelijken. Verweerder weigerde dit verzoek vanwege het ontbreken van bewijsstukken waaruit staatloosheid blijkt en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek alleen betrekking heeft op de BRP en dat de burgemeester onterecht niet op de optieverklaring heeft beslist. De burgemeester heeft toegezegd alsnog op de optieverklaring te zullen beslissen. De rechtbank benadrukt dat de Wet BRP vereist dat wijzigingen alleen worden doorgevoerd indien onomstotelijk vaststaat dat de geregistreerde gegevens onjuist zijn, hetgeen zonder documenten niet mogelijk is.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres geen bewijs van staatloosheid heeft geleverd en de Wet BRP en het systeem van persoonsgegevensregistratie een belangenafweging in deze weg staan. De vraag van bewijsnood en het beroep op artikel 8 EVRM Pro dienen in de procedure over de optieverklaring aan de orde te komen. De rechtbank constateert dat verweerder en burgemeester zich niet responsief hebben opgesteld door voorafgaand aan het besluit geen contact met eiseres te zoeken, wat de procedure onnodig heeft vertraagd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot wijziging van nationaliteit in de BRP wordt ongegrond verklaard; de burgemeester zal alsnog op de optieverklaring beslissen.