ECLI:NL:RVS:2018:2783
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging nationaliteit in BRP van onbekend naar staatloos
Appellante verzocht het college om haar nationaliteit in de basisregistratie personen (BRP) te wijzigen van "onbekend" naar "staatloos". Dit verzoek werd door het college afgewezen, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard.
Appellante stelde dat zij staatloos is omdat Nederland de Palestijnse nationaliteit niet erkent en zij diverse documenten overlegde die haar Palestijnse achtergrond ondersteunen. Het college vond echter dat niet onomstotelijk kon worden vastgesteld dat zij staatloos is, omdat zij geen bewijs leverde over haar verblijf tussen 1949 en 1967 of over de nationaliteit van haar ouders, waardoor een andere nationaliteit niet kon worden uitgesloten.
De rechtbank oordeelde dat voor wijziging van de BRP-gegevens onomstotelijk bewijs vereist is en dat het college de mededeling van de staatssecretaris van 2016, waarin de nationaliteit als "onbekend" werd geregistreerd, mocht aanhouden. Het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd ongegrond verklaard, waarbij werd bevestigd dat het Staatloosheidsverdrag geen regels bevat over de bewijsvoering van staatloosheid en dat het college terecht om aanvullende documenten mocht vragen.
De Afdeling benadrukte dat de gegevens in de BRP betrouwbaar en duidelijk moeten zijn en dat zonder onomstotelijk bewijs de geregistreerde nationaliteit gehandhaafd moet blijven. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de nationaliteit in de BRP bevestigd.