ECLI:NL:RBDHA:2021:4794
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit met inreisverbod
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij een vertrektermijn van 28 dagen en een inreisverbod van één jaar zijn opgelegd. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Op 21 april 2021 vond de mondelinge uitspraak plaats, waarbij de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening heeft afgewezen. De gemachtigde van verzoeker en verzoeker zelf waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter motiveerde de afwijzing door te stellen dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.1430), waardoor een voorlopige voorziening niet meer nodig is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat in de hoofdzaak al uitspraak is gedaan.