Eiser, een staatloze Palestijn, werd in 2016 ontvoerd en gemarteld vanwege vermeende samenwerking met een Israëliër. Na bedreigingen en beschietingen verliet hij in 2017 het land. Verweerder achtte het asielrelaas geloofwaardig maar oordeelde dat geen gegronde vrees voor vervolging bestond vanwege het tijdsverloop en de mogelijkheid tot vestiging in een andere zone.
De rechtbank stelt vast dat eiser in het verleden ernstige schade heeft geleden, wat een indicatie is voor een reëel risico bij terugkeer. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom die schade zich niet opnieuw zou voordoen, ondanks verklaringen dat leden van de bedreigende groep nog steeds naar eiser vragen.
Ook het standpunt dat eiser veilig zou zijn in een andere plaats wordt verworpen, omdat de bedreigers zich vrij kunnen bewegen en de lokale autoriteiten geen effectieve bescherming bieden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit binnen vier weken.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van € 1.068,-. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.