ECLI:NL:RBDHA:2021:4875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet aannemelijk gemaakte nationaliteit en identiteit
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser betoogt dat hij Gambiaanse nationaliteit bezit en vreest bij terugkeer vervolging en marteling, maar kan zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet met originele documenten aantonen.
De rechtbank overweegt dat de door eiser overgelegde kopieën en verklaringen onvoldoende bewijs vormen voor zijn identiteit en nationaliteit. Eiser heeft wisselende en tegenstrijdige verklaringen gegeven over zijn naam, geboortedatum en nationaliteit, wat de geloofwaardigheid ondermijnt. Hierdoor is het asielrelaas niet inhoudelijk beoordeeld door verweerder, wat volgens vaste rechtspraak gerechtvaardigd is.
Eiser verzocht om aanhouding van de zitting in afwachting van originele documenten, maar de rechtbank ziet hiervoor geen aanleiding gezien het tijdsverloop en het ontbreken van onderbouwing. Het opgelegde inreisverbod is conform de wet en gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt.