ECLI:NL:RBDHA:2021:4883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor opblaasbare hockeyhal wegens onvoldoende motivering en onderbouwing
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een opblaasbare hal op het hockeycomplex van Hockey Club Ypenburg voor de wintermaanden gedurende tien jaar. Diverse omwonenden stelden beroep in tegen deze vergunning en de daaropvolgende besluiten die de vergunning in stand hielden.
De rechtbank stelde vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom werd afgeweken van het negatieve welstandsadvies, waarbij het belang van sport onvoldoende was toegelicht in relatie tot de locatie. Daarnaast was de onderbouwing van het geluidsniveau van de ventilatorunit ontoereikend en ontbrak een gedegen beoordeling van de lichtuitstraling en -inval op omliggende woningen. Ook was het alternatievenonderzoek onvoldoende, aangezien niet duidelijk was waarom andere locaties minder geschikt zouden zijn.
De rechtbank concludeerde dat de besluiten niet zorgvuldig waren voorbereid en onvoldoende waren gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werden de beroepen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en het college opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning en draagt het college op nieuwe besluiten te nemen.