ECLI:NL:RBDHA:2021:5008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens onvoldoende financieel belang
Eiser heeft meerdere toevoegingen voor rechtsbijstand aangevraagd om verzetprocedures te voeren en bezwaar te maken tegen een besluit van de Sociale Dienst Drechtsteden. Verweerder heeft deze aanvragen afgewezen omdat het financieel belang in alle procedures onder de wettelijke ondergrens van €500 ligt, waardoor de kosten niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak.
Eiser stelde dat hiermee zijn recht op toegang tot de rechter, zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro, werd geschonden. De rechtbank oordeelde echter dat de ondergrens voor toevoegingen niet leidt tot beperking van het recht op toegang tot de rechter, aangezien bijstand van een advocaat in bestuursrechtelijke procedures niet verplicht is en eiser zijn zaak wel aan de rechter kan voorleggen.
De rechtbank volgde verweerder en concludeerde dat de besluiten rechtmatig zijn en dat het beroep ongegrond is. Een verzoek om een redelijk uurtarief voor verletkosten werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toevoegingen wordt ongegrond verklaard omdat het financieel belang onder de ondergrens van €500 ligt en het recht op toegang tot de rechter niet wordt beperkt.