Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
9. Bezoldigingena) Periodieke bezoldigingen (1) (2) (3) 160080,60b) Andere bezoldigingen (1) (2) (4) 264404,20
“Bezoldigingen van bedrijfsleider
€ 205.310- /-
(€ 6.565 Franse belasting en € 94.599 Belgische belasting):
€ 101.164
Geschil8. In geschil is de hoogte van de aanslag. Het geschil spitst zich toe op de vraag of, en zo ja, in hoeverre, verweerder een tegemoetkoming van dubbele belasting op basis van de vrijstellingsmethode moet verlenen voor de bestuurdersbeloningen ontvangen van [bedrijf] N.V. Daarnaast is in geschil of terecht belastingrente in rekening is gebracht. Tussen partijen is niet in geschil dat voor het onderhavige jaar het belastbare inkomen uit werk en woning € 767.612 en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen € 318.956 bedraagt.
Beloningen die een persoon die inwoner is van een verdragsluitende Staat verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van de andere verdragsluitende Staat ter zake van de uitoefening van een opdracht of taak als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of ter zake van de uitoefening van functies die volgens de wetgeving van die andere Staat als soortgelijke functies worden beschouwd, mogen in die andere Staat worden belast.
2. In Nederland wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden:
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op de aanslag IB/PVV voor het jaar 2014 te wijzigen, waarbij verweerder in acht moet nemen dat voor een bedrag van € 414.561 ter zake van de Belgische bestuurdersbeloningen de vrijstellingsmethode dient te worden toegepast;
- de beschikking belastingrente dienovereenkomstig vast te stellen;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een vergoeding immateriële schade aan eiser tot een bedrag van € 333;
- veroordeelt de Minister voor Rechtsbescherming tot het betalen van een vergoeding immateriële schade aan eiser tot een bedrag van € 167;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.