ECLI:NL:RBDHA:2021:5128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublinverordening
Eiser, een Soedanese nationaliteit, diende op 25 december 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser illegaal via Italië de EU-buitengrens was binnengekomen.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege structurele tekortkomingen in Italië, waardoor overdracht zou leiden tot schending van artikel 4 van Pro het Handvest. Tevens stelde hij dat verweerder de bevoegdheid had om de aanvraag zelf te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Italië een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. Het arrest Jawo en recente jurisprudentie bevestigen dat Italië adequaat opvang en zorg biedt.
Eiser slaagde er niet in te bewijzen dat hij in Italië in een situatie van extreme materiële deprivatie zou verkeren. De discretionaire bevoegdheid van verweerder om de aanvraag zelf te behandelen werd niet onjuist toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.