ECLI:NL:RBDHA:2021:5139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning gezinshereniging Turkse partner wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een Turkse vrouw die sinds 2013 in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar partner, thans echtgenoot, en hun twee minderjarige kinderen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet viel onder de vrijstelling van het mvv-vereiste volgens Besluit 1/80.
Eiseres voerde aan dat het mvv-vereiste niet op haar van toepassing was vanwege de standstill-bepaling in artikel 13 van Pro Besluit 1/80 en dat de aanscherping van het toelatingsbeleid in strijd was met dit besluit. De rechtbank oordeelde dat ongehuwde partners niet als gezinsleden in de zin van artikel 7 van Pro Besluit 1/80 worden beschouwd en dat de aanscherping van het beleid niet in strijd is met het besluit of de jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Belangrijk was de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat verweerder niet alle relevante omstandigheden, zoals de PTSS en arbeidsongeschiktheid van referent, de schuldenproblematiek, de situatie van de kinderen die in Nederland zijn geboren en de bijzondere binding met Nederland, voldoende heeft meegewogen. Ook het afzien van het horen in bezwaar werd onterecht geacht.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in strijd is met de Awb en vernietigde het. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging en schending van de hoorplicht.