ECLI:NL:RBDHA:2021:5161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs politieke vervolging in Iran
Eiser, van Iraanse Koerdische afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende politieke vervolging. Hij stelde dat zijn broer een politiek artikel had geplaatst op een Iraans-Koerdische website die hij beheerde, wat leidde tot problemen met de Iraanse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor het bestaan van deze website en de daaruit voortvloeiende problemen.
Verweerder achtte de identiteit, nationaliteit en discriminatie wegens Koerdische afkomst geloofwaardig, maar vond de overige elementen, zoals het bestaan van de website en de politieke activiteiten, niet aannemelijk. Eiser kon niet overtuigend verklaren waarom hij pas in 2017 met de website begon en kon zijn beweringen niet onderbouwen met meer dan een e-mailwisseling.
De rechtbank merkte een motiveringsgebrek op over de toetsing van een fundamentele politieke overtuiging, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe en passeerde dit gebrek. Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij politieke activiteiten had verricht die tot vervolging zouden leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van politieke vervolging.