ECLI:NL:RBDHA:2021:5163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid Frankrijk onder Dublinverordening
Eiser, een Pakistaanse nationaliteithebbende asielzoeker, diende op 2 februari 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen volgens de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname bij Frankrijk ingediend, dat was aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat hij in Frankrijk geen opvang had ontvangen en geen juridische bijstand tijdens de procedure, wat zou leiden tot ernstige materiële deprivatie en schending van mensenrechten. Hij verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van ernstige tekortkomingen in Frankrijk die het vertrouwensbeginsel zouden doorbreken. Zijn situatie, waarbij hij zelf opvang had geregeld en geen bewijs leverde van het ontbreken van juridische bijstand, voldeed niet aan de criteria. Ook de aangevoerde discriminatie en asielgerelateerde gronden werden niet in deze procedure betrokken.
De rechtbank achtte het besluit van verweerder terecht en vond geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de overdracht rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is.