Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
[minderjarige 1] geboren op [geboortedag] 2016 te [geboorteplaats] ,
[de vrouw]
[gezinshuisouders] ,
svan [minderjarige 1] .
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om toestemming te verkrijgen voor wijziging van het verblijf van een minderjarige, die sinds december 2018 in een gezinshuis verblijft, naar een voorziening voor pleegzorg bij haar huidige gezinshuisouders. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, maakt bezwaar omdat haar kinderen niet meer samen zullen wonen en vraagt om een andere verblijfplaats voor de minderjarige.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de feiten, waaronder de verlengde ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De gezinshuisouders hebben aangegeven bereid te zijn de minderjarige mee te nemen naar hun eigen huis waar zij al bekend is. De gecertificeerde instelling benadrukt dat dit in het belang van de minderjarige is vanwege haar hechting en positieve ontwikkeling.
De kinderrechter oordeelt dat de wijziging in het verblijf in het belang is van de minderjarige, die gehecht is aan haar gezinshuisouders en in een gewone gezinssituatie kan opgroeien tot haar achttiende. Het belang van samenwonen met haar halfbroertje weegt minder zwaar, mede omdat er geen hechting tussen de kinderen is en de band met haar eigen broers en zussen wordt gewaarborgd door regelmatige ontmoetingen.
Op grond van artikel 1:265i BW wordt de toestemming voor wijziging van het verblijf verleend en verklaard uitvoerbaar bij voorraad. De beschikking is mondeling gegeven op 6 mei 2021 en schriftelijk vastgesteld op 19 mei 2021. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: De kinderrechter verleent toestemming voor wijziging van het verblijf van de minderjarige naar pleegzorg bij de gezinshuisouders.