Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. E.C.M. Boerboom, griffier.
Rechtbank Den Haag
Vijf Afghaanse vreemdelingen zijn op 16 februari 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij hebben beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en beoordeelt of de voortzetting van de detentie sinds 28 april 2021 rechtmatig is.
De rechtbank stelt vast dat er geen redelijk vooruitzicht is op uitzetting naar Afghanistan binnen een redelijke termijn, mede doordat eisers niet meewerken aan verplichte PCR-tests. Verweerder heeft onvoldoende informatie verstrekt over inspanningen om uitzetting mogelijk te maken. De rechtbank is op grond van Unierecht en EVRM verplicht ambtshalve de rechtmatigheid van de detentie te toetsen en concludeert dat de voortzetting onrechtmatig is.
Daarom beveelt de rechtbank de onmiddellijke opheffing van de maatregelen van bewaring en de invrijheidstelling van de eisers. Verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen omdat de detentie tot aan de uitspraak rechtmatig was. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.670,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de detentie en invrijheidstelling wegens ontbrekend zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.