ECLI:NL:RBDHA:2021:5222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Surinaamse LHBTI vanwege onvoldoende bewijs van vervolging
Eiser, een homoseksuele Surinamer die hiv-positief is, vordert bescherming via een verblijfsvergunning asiel. Hij stelt dat hij in Suriname discriminatie, vernedering en doodsbedreiging heeft ervaren en vreest onvoldoende medische behandeling bij terugkeer door de coronacrisis.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat homoseksualiteit in Suriname niet strafbaar is en LHBTI’s doorgaans bescherming van de autoriteiten genieten. De rechtbank oordeelt dat eiser ondanks de ervaren discriminatie voldoende maatschappelijk heeft kunnen functioneren en dat de individuele omstandigheden geen reëel risico op ernstige schade of vervolging opleveren.
De rechtbank acht de motivering van het besluit toereikend en concludeert dat de asielaanvraag terecht is afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van vervolging of ernstige schade.