Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Wat vraagt eiser?
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Armeense nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn echtgenote, die inmiddels de Nederlandse nationaliteit bezit. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingsgronden. Eiser stelde dat de belangenafweging onjuist was gemaakt en dat relevante factoren niet of onjuist waren meegewogen.
De rechtbank constateerde dat verweerder ten onrechte aannam dat de echtgenote van eiser een verblijfsvergunning had gekregen vanwege medische omstandigheden, terwijl dit een verblijfsvergunning asiel betrof. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met de banden van eiser met Nederland, de gevolgen van het stilzitten van de overheid en de psychische gezondheid van eiser en zijn echtgenote. Daarnaast was de hoorplicht geschonden omdat eiser niet is gehoord over zijn bezwaarschrift.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12 Awb Pro vanwege motiveringsgebrek en schending van de hoorplicht, en vernietigde het besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe belangenafweging te maken met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe belangenafweging te maken met inachtneming van deze uitspraak.