ECLI:NL:RBDHA:2021:5263
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van bezwaar tegen weigering verblijfsvergunning familieleven wegens ontbreken geldige mvv
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 18 februari 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met het doel familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling van dit vereiste.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar diende geen concrete gronden in ondanks meerdere uitsteltermijnen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond. Eiseres stelde dat zij onterecht niet in de gelegenheid was gesteld haar gronden in te dienen en dat zij had moeten worden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat eiseres tijdig bezwaar had gemaakt en dat de staatssecretaris voldoende uitstel had verleend. Omdat eiseres geen gronden aanvoerde en niet reageerde op het toegezonden dossier, was het terecht het bezwaar kennelijk ongegrond te verklaren. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit.
De rechtbank wees tevens het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en het horen van eiseres af, omdat het bezwaar geen redelijke kans bood op een ander besluit. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.