ECLI:NL:RBDHA:2021:5311
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering persoonsgebonden budget jeugdhulp bij gewijzigde situatie jeugdige
Eiseres, wettelijk vertegenwoordigster van [A], heeft een aanvraag ingediend voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor jeugdhulp op grond van de Jeugdwet. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat er een indicatie was voor 24/7 zorg in natura en twijfels over de effectiviteit van de zorg via het pgb. Eiseres betwist dit en stelt dat zolang [A] op de wachtlijst voor beschermd wonen staat, het pgb noodzakelijk is.
De rechtbank stelt vast dat gedurende de periode in geding (21 april 2019 tot en met 31 december 2019) [A] volledig thuis verbleef en dat de jeugdreclassering werd uitgevoerd door Jeugdbescherming west (Jbw), een gecertificeerde instelling (GI). Volgens de Jeugdwet is Jbw bevoegd om te bepalen welke jeugdhulp noodzakelijk is. De rechtbank constateert dat Jbw geen concrete jeugdhulpbepaling heeft afgegeven voor de gewijzigde situatie vanaf april 2019.
De rechtbank oordeelt dat verweerder had moeten nagaan bij Jbw welke jeugdhulp in de gewijzigde situatie noodzakelijk was voordat hij het pgb-verzoek afwees. Door dit niet te doen is het besluit niet zorgvuldig genomen en houdt de primaire afwijzingsgrond geen stand. Ook de subsidiaire afwijzingsgronden falen omdat verweerder niet bevoegd was om die beoordeling te maken.
De rechtbank geeft verweerder de gelegenheid het gebrek in het besluit te herstellen door binnen tien weken opnieuw te beoordelen welke jeugdhulp noodzakelijk was en of aan de voorwaarden voor het pgb is voldaan. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft verweerder de gelegenheid het besluit te herstellen door opnieuw te beoordelen welke jeugdhulp noodzakelijk was.