Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Rechtbank Den Haag
Eiser, een majoor bij het OPCO Luchtstrijdkrachten, gebruikte een dienstauto van verweerder, de staatssecretaris van Defensie. Op 31 januari 2020 werd met deze auto een snelheidsovertreding begaan van 12 km/u boven de toegestane limiet op de A27 bij Nieuwegein. Verweerder ontving een boete en verhaalde deze op eiser.
Eiser betwistte dat hij de overtreding had begaan en stelde dat de foto van het CJIB onvoldoende bewijs leverde. Verweerder stelde dat het voertuig alleen door eiser geopend kon worden met zijn defensiepas en dat uit het registratiesysteem bleek dat hij het voertuig bestuurde. Eiser bracht geen ontlastende argumenten naar voren.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet de bestuurder was en dat de snelheidsovertreding als bewuste roekeloosheid kon worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van verweerder om de boete op eiser te verhalen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit om de verkeersboete op de militair te verhalen wegens bewuste roekeloosheid.