ECLI:NL:CRVB:2012:BW4355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van boeteverhaal wegens bewuste roekeloosheid bij snelheidsovertreding door militair
Appellant, een adjudant-onderofficier van de Koninklijke marechaussee, heeft op 16 juni 2008 met een dienstauto de snelheidslimiet van 50 km per uur met 20 km per uur overschreden. De minister van Defensie legde een boete van €111,- op en verhaalde deze op appellant op grond van artikel 145 van Pro het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) en de Beleidsregel inzake schadeverhaal defensiepersoneel.
Appellant stelde dat hij zich niet bewust was van de snelheidsovertreding omdat de weg uitnodigde tot een hogere snelheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat een overschrijding van meer dan 11 km per uur in beginsel bewuste roekeloosheid inhoudt, ook als men zich dat niet realiseert.
De Raad achtte de objectieve maatstaven van de minister, waaronder de mate van snelheidsovertreding, passend en redelijk. De stelling van appellant dat de weg uitnodigde tot een hogere snelheid werd uitdrukkelijk verworpen. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verkeersboete wegens overschrijding van 20 km/u wordt terecht op appellant verhaald wegens bewuste roekeloosheid.