ECLI:NL:RBDHA:2021:5347
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiseres was werkzaam als assistente orthodontie en meldde zich ziek per 3 oktober 2019 met maag- en psychische klachten. Aanvankelijk werd een Ziektewet-uitkering toegekend, maar het primaire besluit weigerde deze vanaf die datum toe te kennen. Het bezwaar werd eerst ongegrond verklaard (bestreden besluit I), waarna eiseres beroep instelde. Verweerder wijzigde het besluit later (bestreden besluit II) en stelde de beëindigingsdatum van de uitkering vast op 14 april 2020.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat dit besluit is vervangen door het tweede. De beoordeling richt zich op het tweede besluit. De medische rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zijn zorgvuldig en begrijpelijk opgesteld. De rechtbank oordeelt dat de beperkingen van eiseres adequaat zijn vastgesteld en dat er geen medische urenbeperking geldt. De stelling van eiseres dat zij niet is gehoord wordt verworpen omdat zij geen behoefte aan een hoorzitting had aangegeven.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het tweede besluit ongegrond en bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 14 april 2020. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond en bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 14 april 2020.