ECLI:NL:RBDHA:2021:5356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vervallen procesbelang bij afwijzing voorrangsverklaring woning
Eiseres had een aanvraag ingediend voor een voorrangsverklaring om te kunnen verhuizen naar een zelfstandige woning, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag was afgewezen. Zij was eind 2019 vertrokken bij haar partner en verbleef tijdelijk bij haar dochters. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat eiseres nog ingeschreven stond op het adres van de echtelijke woning en dat inwonen geen reden is voor voorrang.
Na het primaire besluit en het ongegrond verklaren van het bezwaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure overwoog de rechtbank dat eiseres sinds 18 februari 2021 een eigen huurwoning betrok, waardoor het oorspronkelijke woonprobleem was opgelost. Hierdoor stelde de rechtbank de vraag of eiseres nog procesbelang had bij haar beroep.
Eiseres voerde aan dat de huidige woning te klein en te duur is en dat haar psychische en lichamelijke problemen en haar wens om kleinkinderen te ontvangen reden zijn voor voorrang. De rechtbank concludeerde echter dat het procesbelang was komen te vervallen, omdat eiseres zelf een woning had geaccepteerd zonder urgentieverklaring. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het procesbelang.