ECLI:NL:RBDHA:2021:5525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag faciliterend visum voor zus van minderjarige EU-burger
Eiseres, met Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een faciliterend visum om zich bij haar moeder en minderjarige broer en zus, die de Nederlandse nationaliteit bezitten, in Nederland te vestigen. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, omdat het arrest Chavez-Vilchez e.a. niet van toepassing is op zussen van minderjarige EU-burgers en eiseres het doel en de omstandigheden van haar verblijf niet voldoende had aangetoond.
Eiseres voerde aan dat arresten van het Hof van Justitie van de EU, waaronder O.S. en L. en Carpenter, een afgeleid verblijfsrecht voor broers en zussen bieden. De rechtbank oordeelde echter dat deze arresten dit niet ondersteunen en dat het afgeleid verblijfsrecht enkel geldt voor verzorgende ouders van minderjarige EU-burgers. Ook de COVID-19 maatregelen werden door verweerder als grond voor afwijzing genoemd, maar de rechtbank liet dit onbesproken.
De rechtbank concludeerde dat het gezinsleven van eiseres in Marokko kan worden voortgezet en dat zij later een reguliere machtiging tot voorlopig verblijf kan aanvragen. Er was geen aanleiding om prejudiciële vragen aan het HvJ EU te stellen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het faciliterend visum is ongegrond verklaard.