ECLI:NL:RVS:2021:2042
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt faciliterend visum na vernietiging afwijzing door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van een vreemdeling om een visum voor kort verblijf af, omdat zij als zus van minderjarige Nederlandse burgers geen afgeleid verblijfsrecht kon ontlenen aan artikel 20 van Pro het VWEU. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het appelverbod voor visumaanvragen voor kort verblijf niet van toepassing is op faciliterende visa die een verblijf van meer dan drie maanden beogen, zoals in deze zaak. De Afdeling stelde vast dat de weigering van het visum het recht op gezinsleven en het vrije verkeer van de Nederlandse kinderen aantast, aangezien de moeder een faciliterend visum kreeg en het onredelijk is dat zij moet kiezen tussen haar Nederlandse en Marokkaanse kinderen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris de vreemdeling een faciliterend visum moet verlenen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris moet de vreemdeling een faciliterend visum verlenen en de proceskosten vergoeden.