ECLI:NL:RBDHA:2021:5528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing inburgeringsvereiste voor mvv verblijf als gezinslid
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit en gehuwd met een Nederlandse echtgenote, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn verzoek om ontheffing van het inburgeringsvereiste werd afgewezen.
Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan het inburgeringsvereiste omdat hij niet geslaagd was voor het basisexamen inburgering in het buitenland en geen ontheffing kon krijgen. Eiser voerde aan dat hij een chronische neuropsychiatrische aandoening heeft die zijn cognitieve vaardigheden beperkt en dat hij zich wel degelijk heeft ingespannen voor het examen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet in aanmerking komt voor ontheffing. De medische verklaringen en inspanningen van eiser zijn onvoldoende om van een ontheffing te kunnen spreken. Verweerder heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de overheid en het familieleven van eiser, waarbij de belangenafweging niet onredelijk is bevonden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van ontheffing van het inburgeringsvereiste wordt ongegrond verklaard.