Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 14 april 2021, met bijlagen;
- de schriftelijke reactie van de rechter-commissaris van 23 april 2021, met bijlagen.
Rechtbank Den Haag
De wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag heeft op 4 mei 2021 het wrakingsverzoek van een gedetineerde tegen de rechter-commissaris toegewezen. Het verzoek betrof de schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor, doordat de rechter-commissaris zonder de verdediging in de gelegenheid te stellen zich uit te laten, terugkwam op een eerdere beslissing om een kwetsbare getuige te horen.
De rechter-commissaris had aanvankelijk het verzoek tot het horen van de getuige toegewezen, onder de voorwaarde dat de officier van justitie zich zou uitlaten over de wijze van het verhoor. Vervolgens kwam zij op die beslissing terug, mede op basis van een e-mail van de officier van justitie die de verdediging niet kende en waarop zij niet mocht reageren. Dit leidde tot de schending van het beginsel van hoor en wederhoor en daarmee tot de schijn van vooringenomenheid.
Hoewel de rechter-commissaris handelde met het oog op de bescherming van de kwetsbare getuige en niet de bedoeling had de verdediging te passeren, was het nalaten om de verdediging te horen onrechtmatig. De wrakingskamer besloot daarom het wrakingsverzoek toe te wijzen, het onderzoek te schorsen en te gelasten dat het onderzoek wordt hervat door een andere rechter-commissaris.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is toegewezen wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor, waarna het onderzoek is geschorst en wordt hervat door een andere rechter-commissaris.