Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 506
Rechtbank Den Haag
Eiser exploiteert een eenmanszaak en deed voor 2014 een aangifte met nihil belastbaar inkomen. Na een boekenonderzoek verhoogde verweerder de omzet met €12.488 vanwege niet geboekte contante stortingen en wees de aftrek van administratiekosten van €3.588 af wegens gebrek aan bewijs van zakelijkheid.
Eiser stelde dat de contante stortingen huurinkomsten uit Irak betroffen en dat de administratiekosten ten onrechte werden geweigerd. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de herkomst van de stortingen en dat geen facturen of bewijs van de administratiekosten waren overgelegd.
Het beroep tegen de aanslag IB/PVV werd ongegrond verklaard. Het beroep tegen de aanslag Zvw en de mededeling Zvw werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege procedurele tekortkomingen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2014 wordt ongegrond verklaard en de omzetcorrectie en weigering van aftrek administratiekosten bevestigd.