Belanghebbende exploiteert sinds 2008 een eenmanszaak met positieve resultaten tot en met 2013. Voor 2014 stelde hij een verlies vast, maar de Inspecteur corrigeerde de omzet met €12.488 op basis van contante stortingen die niet in de administratie waren verantwoord.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de eenmanszaak een bron van inkomen vormt omdat aan de criteria van economische deelname, beoogd voordeel en objectieve voordeelverwachting is voldaan. De negatieve resultaten in 2014 zijn onvoldoende om het bestaan van een bron van inkomen te ontkennen.
De Inspecteur heeft de omzetcorrectie aannemelijk gemaakt via het boekenonderzoek, waarin gebreken in de administratie en contante stortingen werden vastgesteld. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat deze stortingen huurinkomsten uit Irak betroffen, mede doordat overgelegde Arabischtalige stukken niet beoordeeld konden worden en geen bewijs van derden werd geleverd.
Daarnaast werden administratiekosten van €3.588 betwist omdat geen facturen of bewijs van werkzaamheden waren overgelegd. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat deze kosten zakelijk waren en wees de aftrek af.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Proceskosten worden niet toegewezen.