Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 22 maart 2021 waarbij hem de maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde dat er een significant risico bestond dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en dat er zicht was op zijn uitzetting naar Roemenië.
Eiser voerde aan dat hij geen risico op onttrekking vormt omdat hij zich aan zijn meldplicht hield en dat hij niet zal meewerken aan een coronatest die nodig is voor overdracht, wat volgens hem in strijd is met zijn lichamelijke integriteit. De rechtbank stelde vast dat eiser de zware en lichte gronden voor bewaring niet had betwist en dat het risico op onttrekking daarmee aannemelijk was.
Verder oordeelde de rechtbank dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt omdat eiser niet meewerkt aan de noodzakelijke coronatest, die redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. De geplande overdrachtvlucht van 9 april 2021 kon daarom niet worden uitgesloten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.