ECLI:NL:RBDHA:2021:5737
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens medische redenen en mantelzorg
Eiser, een vreemdeling van Armeense nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige hartklachten en een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Verweerder wees dit verzoek af na advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat noodzakelijke medische behandeling in Armenië beschikbaar en toegankelijk is.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat mantelzorg essentieel is voor zijn behandeling. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inhoudelijk inzichtelijk was en dat geen concrete aanwijzingen bestonden om aan de juistheid te twijfelen. De mantelzorg werd niet als essentieel onderdeel van de medische behandeling aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat het uitblijven van behandeling geen reëel risico op een medische noodsituatie oplevert die een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen. Ook achtte de rechtbank het aannemelijk dat eiser kan reizen en dat de coronapandemie in deze procedure geen rol speelt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.