Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Marokkaanse nationaliteit, verblijft sinds 1974 rechtmatig in Nederland en kreeg in 1991 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder trok deze vergunning in vanwege strafrechtelijke antecedenten en stelde een inreisverbod in. Eerder vernietigde de rechtbank besluiten wegens onvoldoende motivering en onjuiste belangenafwegingen, waarna verweerder nieuwe besluiten nam.
In het bestreden besluit handhaaft verweerder het inreisverbod van vijf jaar en baseert dit op een recente veroordeling tot 30 maanden gevangenisstraf voor meerdere woninginbraken. Eiser betwist dat deze veroordeling mee mag wegen omdat deze nog niet onherroepelijk zou zijn, maar de rechtbank oordeelt dat ook niet-onherroepelijke veroordelingen relevant zijn voor de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank concludeert dat eiser een actueel, werkelijk en voldoende ernstig gevaar vormt voor de openbare orde, mede gelet op zijn strafrechtelijk verleden en het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor gedragsverbetering. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de Covid-19 situatie vormt geen reden om het besluit te wijzigen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod van vijf jaar wordt ongegrond verklaard.