ECLI:NL:RBDHA:2021:5923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat volgens het bestreden besluit Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag. Verzoekster heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld tijdens een zitting op 28 mei 2021, waarbij verzoekster en haar gemachtigde aanwezig waren. De rechter heeft het verzoek afgewezen, mede gelet op de uitspraak in een aanverwante zaak (NL21.7389) die op dezelfde dag is gedaan.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.