ECLI:NL:RBDHA:2021:5943
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-in-ontvangstneming asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is, aangezien eiser op 4 juni 2020 al een asielaanvraag in Duitsland heeft gedaan die inhoudelijk is behandeld en afgewezen. De Duitse autoriteiten zijn akkoord gegaan met terugname van eiser op basis van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Dublinverordening.
De rechtbank wijst het verweer van eiser af dat het eerdere visum van Spanje invloed zou hebben op de verantwoordelijkheidsbepaling. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden voor prejudiciële vragen over artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening, omdat de chain rule hier niet aan de orde is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.