ECLI:NL:RBDHA:2021:6032
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen herziening en terugvordering bijstandsuitkering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiseres ontving sinds 2014 een bijstandsuitkering. Verweerder herzag de uitkering over de periode januari 2017 tot februari 2019 en vorderde een bedrag terug wegens niet gemelde kostendelers. Twee primaire besluiten betroffen de herziening en de brutering van de terugvordering. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deed dit te laat voor het eerste besluit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat het eerste besluit op 7 juni 2019 naar het juiste adres is verzonden. De bezwaartermijn van zes weken begon daarom op 8 juni 2019, waardoor het bezwaarschrift van 17 december 2019 te laat was. Het betoog van eiseres dat zij het besluit pas in december ontving, werd niet geaccepteerd.
Verder werd geoordeeld dat de brutering van de terugvordering terecht is toegepast omdat de terugvordering niet buiten toedoen van eiseres is ontstaan. De stelling dat de brutering onjuist is berekend, was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen het tweede besluit ongegrond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding en de brutering van de terugvordering wordt bevestigd.