Uitspraak
21.2430 PW
OVERWEGINGEN
- Het college herroept het besluit van 2 december 2020 met documentnummer 2270518M6706, waarbij een boete is opgelegd van € 317,70;
- het college herroept het besluit van 20 januari 2020, waarbij een brutering heeft plaatsgevonden over 2019 tot een bedrag van € 540,67, onder de voorwaarde dat appellante het beroep bij de rechtbank in zaak SGR 21/5318 intrekt, zonder daarbij om vergoeding van proceskosten te verzoeken;
- het college stelt de terugvordering, waaronder ook de brutering valt, vast op een bedrag van € 3.000,-;
- bedragen die appellante al heeft afgelost op de terugvordering en de boete worden op het overeengekomen bedrag van € 3.000,- in mindering gebracht;
- het bedrag dat het college aan proceskosten aan appellante verschuldigd is wordt vastgesteld op € 1.500,-;
- partijen verlenen elkaar over en weer finale kwijting ter zake van hetgeen zij in verband met de hier genoemde drie zaken van elkaar te vorderen zouden kunnen hebben.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 27 maart 2020;
- stelt de terugvordering vast op € 3.000,- en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 27 maart 2020;
- veroordeelt het college in de kosten van appellante voor verleende rechtsbijstand tot een bedrag van € 1.500,-;
- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 182,- vergoedt.