ECLI:NL:RBDHA:2021:6139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid bevestigd
Eiseres ontving sinds 2016 een WW-uitkering en vanaf 2017 een Ziektewetuitkering wegens lichamelijke en psychische klachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen, waarna de ZW-uitkering per 19 augustus 2019 werd beëindigd. Eiseres voerde ernstige psychische en lichamelijke beperkingen aan, ondersteund door medische stukken, en stelde ongeschiktheid voor de geduide functies.
De rechtbank stelde vast dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig hadden opgesteld, inclusief dossieronderzoek, spreekuuronderzoek en betrokkenheid van behandelaars. De medische beoordeling concludeerde dat eiseres geschikt is voor de functie administratief medewerker (document scannen). De rechtbank hechtte minder waarde aan medische informatie van niet-medici en het rapport van de medisch adviseur die alleen dossieronderzoek had gedaan.
Ook in de tweede procedure over de weigering van een ZW-uitkering per 8 oktober 2019 oordeelde de rechtbank dat er geen aanwijzingen waren voor een verslechtering van de gezondheidstoestand. De rechtbank benadrukte dat alleen medisch objectiveerbare beperkingen relevant zijn en dat het gevoel van volledige arbeidsongeschiktheid niet doorslaggevend is.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 22 juni 2021.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat eiseres per 19 augustus 2019 en 8 oktober 2019 geen recht had op een ZW-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid.