Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam]
[naam 2](V-nummer [nummer 2]),
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Bulgaarse vrouw met meerdere minderjarige kinderen, waaronder een zoon die eveneens Bulgaarse nationaliteit heeft, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit omdat zij geen rechtmatig verblijf had als gemeenschapsonderdaan. Verweerder stelde vast dat eiseres niet economisch actief was en onvoldoende middelen van bestaan had, aangezien zij een uitkering ontving.
Eiseres voerde aan dat zij sinds 2004 in Nederland verbleef en dat haar kinderen hier waren geboren en opgegroeid, maar kon dit verblijf niet met voldoende bewijs onderbouwen. Verweerder maakte een belangenafweging waarbij de duur van het verblijf, het beroep op bijstand en de gezinssituatie werden meegewogen. De rechtbank oordeelde dat eiseres en haar zoon geen verblijfsrecht hadden en dat het terugkeerbesluit terecht was genomen.
De rechtbank verwierp ook de stellingen van eiseres over het ontbreken van hoor en wederhoor, de toepassing van het Handvest en het EVRM, en het beleid ten aanzien van schoolgaande kinderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vertrek uit Nederland blijft in stand.