ECLI:NL:RBDHA:2021:6169

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2021
Publicatiedatum
16 juni 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4564
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep urgentieverklaring

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westland tot afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring. Nadat eiseres een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan, heeft zij het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft vastgesteld dat het bestuursorgaan het primaire besluit niet heeft herzien en nog steeds van mening is dat het besluit op goede gronden is genomen. De intrekking van het beroep door eiseres is ingegeven door gewijzigde feiten en omstandigheden, namelijk het verkrijgen van woonruimte in een herstructureringsgebied.

De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb, omdat het bestuursorgaan zijn standpunt niet heeft herzien. Uit vaste jurisprudentie volgt dat alleen bij herziening van het besluit sprake is van tegemoetkomen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan het besluit niet heeft herzien.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/4564
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2021 op het verzoek om een proceskostenveroordeling in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde mr. L.A.M. van der Geld),
en

college van burgemeester en Wethouders van Westland, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2020 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een urgentieverklaring afgewezen.
Bij besluit van 30 juni 2020 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
Bij fax van 8 juni 2021 heeft eiseres het beroep ingetrokken en op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft bij brief van 9 juni 2021 een reactie op het verzoek om proceskostenveroordeling gegeven.
De rechtbank heeft bepaald dat een (nadere) zitting achterwege wordt gelaten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. Bij email van 3 juni 2021 heeft verweerder de rechtbank onder meer laten weten dat eiseres een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft getekend. Desgevraagd heeft eiseres laten weten het beroep in te trekken, onder veroordeling van verweerder in de proceskosten.
3. De rechtbank stelt vast dat eiseres het beroep heeft ingetrokken omdat zij inmiddels beschikt over woonruimte.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) (zie onder meer ECLI:NL:RVS:2012:BX1816) volgt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee eigenlijk wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder het bestreden besluit niet heeft ingetrokken. Verweerder heeft in zijn reactie van 9 juni 2021 ook aangegeven nog steeds van mening te zijn dat het primaire besluit en het bestreden besluit op goede gronden zijn genomen. Dat eiseres een voorstel is gedaan voor een herstructureringsurgentie is gelegen in gewijzigde feiten en omstandigheden (eiseres woonden per 1 april 2020 in een herstructureringsgebied)
5. Nu verweerder het primaire standpunt niet heeft herzien, maar er sprake is van een nieuwe omstandigheid die dateert van na het primaire besluit, is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van tegemoetkomen in vorenbedoelde zin.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet open bij de rechtbank.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij op grond van artikel 8:55, eerste lid van de Awb vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.